Projecten Griekse en Punische archeologie

Eindverantwoordelijke: prof. dr. Roald Docter - info

Het Malta Survey Project

Het Malta Survey Project startte in 2008 als het eerste grote project van archeologische prospectie in Malta. De survey is een gezamenlijk project van de Universiteit Gent, de Universiteit van Malta en de Superintendence of Cultural Heritage Malta. De geprospecteerde zone ligt in Noordwest-Malta, in de valleien van Bidnija en Burmarrad. Tot nog toe werden verschillende voorheen onbekende nederzettingen, graven en structuren gelokaliseerd. In het bijzonder vermeldenswaard is de ontdekking van Bidnija, een site met een min of meer ononderbroken bewoning vanaf de Punische periode tot de Middeleeuwen - lees meer...

Verantwoordelijke: prof. dr. Roald Docter - info en drs. Lieven Verdonck -

Antieke mijnstad Thorikos (Griekenland)

Sinds 1963 heeft de Universiteit Gent een belangrijke rol gespeeld in het langlopende onderzoeksproject van de Belgische Archeologische School in Athene, in Thorikos en de Laurion. Dit programma omvat opgravingen (1963-1989, 2000) en studie van de materiële overblijfselen van de antieke zilver- en loodexploitatie en van de menselijke bewoning van de site Thorikos, vanaf de Bronstijd tot de vroegbyzantijnse periode. De focus ligt daarbij op de Klassiek- Griekse periode (5de - 4de eeuw v.C.), een periode van grote expansie in de zilverindustrie en de stedelijke ontwikkeling van Thorikos, die beide verbonden waren met de economische en politieke groei van de polis Athene - lees meer...

Verantwoordelijke: prof. dr. Roald Docter - info

Het theater van Thorikos

Apollonia Pontica (Bulgarije)

In 2007 werd UGent uitgenodigd om mee te werken aan de opgravingen in de necropool van de Griekse kolonie Apollonia Pontica (het huidige Sozopol in Bulgarije). Van Bulgaarse zijde was hiervoor een directe aanleiding, aangezien de archeologische resten van deze kolonie urgent bedreigd werden door bouwactiviteiten in het kader van de toeristische exploitatie van dit deel van de Zwarte-Zee-kust. Iedere hulp was dus welkom. Vanuit de Universiteit Gent kaderde de deelname in een al langer lopend onderzoek naar het fenomeen van kolonisatie, in zowel de Phoenicische als de Griekse wereld (Carthago, Toscanos, Bouthrotos, Naxos, Pithekoussai, Malta, Solunto ...). Het onderzoek werd als een tweejarig ‘pilot project’ door de stichting UTOPA in Voorhout (NL) gefinancierd - lees meer...

Verantwoordelijke: prof. dr. Roald Docter - info

Nederzettingsonderzoek in Carthago

De UGent voert sinds 2002 nederzettingsonderzoek uit in de Punische metropool Carthago (Tunesië). Dit project bouwt voort op het veldwerk dat vanuit de Universiteit van Hamburg 1986-1995) en de Universiteit van Amsterdam (2000-2001) werd uitgevoerd. Inhoudelijk lag de nadruk in al deze projecten op de urbane ontwikkeling van de Punische nederzetting. Het effectieve veldwerk is in 2005 beëindigd, maar het onderzoek zet zich sindsdien op basis van de verzamelde gegevens voort, in Gent en daarbuiten. Het doel is om de resultaten van het veldwerk maximaal te valoriseren en te publiceren. Hieraan werkt een internationaal team van wetenschappers mee. Het onderzoek werd gefinancierd met een drietal Kredieten aan Navorsers van het FWO - lees meer...

Verantwoordelijke: prof. dr. Roald Docter - info

Productieplaatsen van aardewerk in Tunesië en Algerije

UITLEG

Verantwoordelijke: prof. dr. Roald Docter - info

Onderzoek met georadar

Prospectie met georadar behoort, samen met magnetometerprospectie, elektrische weerstandsmeting en elektromagnetische inductie tot de meest gebruikte geofysische prospectietechnieken binnen de archeologie. Deze methode is gebaseerd op de weerkaatsing van radargolven door onderaardse archeologische structuren. Het meten van het tijdsverloop waarbinnen een golf aan de oppervlakte terugkeert, laat toe de diepte van de sporen te schatten.

Hieruit volgt meteen het belangrijkste voordeel van deze techniek ten opzichte van andere geofysische prospectiemethoden: de informatie is driedimensionaal, ook de diepte van de structuren is gekend. Daarnaast laat georadarprospectie toe ondergrondse structuren te reconstrueren met een ruimtelijke resolutie die door geen enkele andere prospectiemethode geëvenaard wordt. Georadar is in staat om een waaier van archeologische structuren te detecteren: muren, vloeren, grachten, graven, holtes, aan- en afvoerkanalan… Ook metingen onder verharde oppervlakken (vloeren in huizen of kerken, asfalt van parkings) zijn mogelijk - lees meer...

Verantwoordelijke: drs. Lieven Verdonck -

Georadarsurvey forum van Ammaia Georadarsurvey forum van Ammaia Resultaten georadarsurvey dubbele bronstijdgrafcirkel te Koekelare Interpretatie georadarsurvey dubbele bronstijdgrafcirkel te Koekelare

De antieke stad Uzitta ('Uzita')

Het doctoraatsonderzoek betreft de antieke stad Uzitta, opgegraven in de jaren ´1970 door een Nederlands-Tunesisch team en waarvan het archief zich heden ten dage in Gent bevindt. De site is gelegen in Centraal-Tunesië, in de Sahel, op zo’n 17 km van Sousse, het antieke Hadrumetum. Drie grote huizen van het peristylium-type, daterend in de 2de- 3de eeuw na Chr. en met Laat-Punische en Vroeg-Romeinse voorlopers, worden onderzocht naar architectuur, met speciale aandacht voor de mozaïekvloeren, en naar inhoud, voornamelijk aardewerk. Het uiteindelijke doel is een functionele, economische en sociale analyse van de huizen en hun inwoners doorheen de tijd. De gebruikte methodes en invalshoeken worden ontleend aan het domein van de “household archaeology”. Tenslotte worden de huizen en bevindingen gekaderd binnen het geheel van het onderzoek naar Noord-Afrikaanse domus in de Romeinse periode.

Verantwoordelijke: dra. Karen Ryckbosch - info

De ligging van Uzitta, ten zuidoosten van Carthago Opgravingen in Uzitta Mozaiekvloer met leeuw in Uzitta Huisplattegrond in Uzitta

De Laurion doorgelicht: archeo-topografische analyse

Dit onderzoek richt zich tot de site van Thorikos en meer algemeen de Laurionstreek, gelegen te Attica, Griekenland. De regio vormde de belangrijkste zilverproducent van Athene op het moment dat deze zich als grootmacht manifesteerde, respectievelijk tijdens de 5de en 4de eeuw vc. Vanuit dit oogpunt kan men de Laurion zien als een economische infrastructuur die de stad al dan niet in haar historische evolutie heeft beïnvloed. Deze “infrastructuur” is geen louter abstract gegeven maar valt te definiëren in een aantal archeologisch structuren: 1) mijningangen, 2) ertswasserijen, 3) cisternes en 4) ovens, onderling aan elkaar te linken in complexen. Cruciaal binnen dit geheel is water, “de voedingsbron” van de productie (zowel op menselijk als industrieel vlak). De vraag die zich dan ook opdringt is: in welke mate bepaalde de wateraanvoer het functioneren van de zilverindustrie en onrechtstreeks ook de positie van Athene binnen de Griekse wereld? Werktitel: "De Laurion doorgelicht: archeo-topografische analyse van ertswasserijen en hun watervoorzieningsystemen in de zilverateliers van Attica"

Verantwoordelijke: dra. Kim Van Liefferinge -

Industrie wijk - Thorikos Cisterne nr. 1 in Thorikos

Apoikia en metropolis: een innovatief onderzoek naar de vroegste Griekse kolonisatie

Na het ineenstorten van de Myceense beschaving op het einde van het 2e millennium v.C. kent de Griekse wereld een heropleving vanaf de 8e eeuw v.C. Niet alleen ziet deze periode het ontstaan van de Griekse stadsstaat (de “polis”) en de (her)ontdekking van de monumentale architectuur, maar ook het begin van de Griekse kolonisatie. Vanaf ca. 770-760 v.C. vestigen Grieken zich in Zuid-Italië (Pithekoussai op het eiland Ischia in de baai van Napels), en op Sicilië, voornamelijk op de oostelijke helft. Andere belangrijke Griekse kolonies worden gesticht vanaf de 7e eeuw v.C. en later in Spanje, Zuid-Frankrijk, Libië, en het Zwarte Zeegebied. Deze kolonies brengen de Grieken in contact met inheemse volkeren, die ze soms aanzienlijk beïnvloedden op cultureel, sociaal en economisch vlak, zoals bijvoorbeeld de Etrusken in Italië of de Thraciërs in Noord-Griekenland, Bulgarije en Roemenië. Deze internationale contacten bezorgen de Grieken toegang tot nieuwe afzetmarkten voor hun producten, zoals aardewerk, en geven toegang tot grondstoffen die ze zelf nodig hebben, zoals metalen. Ze zullen de Griekse wereld diepgaand beïnvloeden - lees meer...

Verantwoordelijke: dra. Lieve Donnellan - info

Ontwikkeling in de iconografie op Attische lekythoi

Honderdduizenden beschilderde Griekse vazen heeft de bodem rond de Middellandse Zee prijsgegeven; een dankbare en al veel bestudeerde bron, die nieuw licht op de oudheid blijft werpen doordat wij steeds weer nieuwe vragen aan dit oude materiaal stellen. In het doctoraatsonderzoek staat de relatie tussen de vaasvorm en de beschildering centraal. Lekythen zijn olieflesjes die tussen 600 en 300 voor Christus in enorme aantallen in Athene geproduceerd. In de vorige eeuw hebben Emilie Haspels en John Beazley de stijlen waarmee deze vorm beschilderd zijn in kaart gebracht, schildershanden herkend en op die manier een goed chronologisch raamwerk gemaakt. Deze kennis is al toegepast in twee delen van het Corpus Vasorum Antiquorum, bestandscatalogi voor het Allard Pierson Museum te Amsterdam. Uitgaand van deze catalogi wordt onderzocht hoe de thema’s waarmee lekythen zijn beschilderd zich ontwikkelen. Is dat anders dan bij andere vaasvormen? Wat weten we eigenlijk over het gebruik van de vazen? Kunnen we veranderingen in de Griekse cultuur en maatschappij afleiden van veranderingen in de beschildering van deze vazen? Doet de plaats waar een vaas gevonden wordt er iets toe?

In meer fundamentele zin wordt ook de methode nader onder de loep genomen. Hoe vertellen de Grieken eigenlijk verhalen in beelden? Hoe kunnen we conclusies trekken over een cultuur uit een reeks plaatjes? Bepaalde de koper of de maker wat er op de vazen stond?

Verantwoordelijke: drs. Winfred van de Put - info