Emeriti en oud-professoren
|
Prof. dr. Sigfried J.L. De Laet (1914-1999) |
Prof. dr. Herman Mussche (°1928) |
Prof. dr. Sigfried J.L. De Laet (1914-1999)
Hij werd corresponderend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België in 1958 en werkend lid in 1964. Hij was medestichter en eerste voorzitter van het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België. Sedert 1948 was hij afgevaardigde in het Conseil Permanent van de Union Internationale des Sciences Pré- et Protohistoriques (UISPP), waarvan hij van 1952 tot 1966 secretaris-generaal werd en nadien lid van het Comité Exécutif. Hij was o.a. Ordentliches Mitglied der Deutchen Archäologischen Instituts (1953), Honorary Fellow of the Society of Antiquaries of Scotland (1969) en Honorary Fellow of the Society of Antiquaries of London (1972). Hij was medeoprichter, redacteur en secretaris van het archeologisch tijdschrift Helinium (sedert 1961) en uitgever van de reeks Dissertationes Archaeologicae Gandenses.
S.J. De Laet begeleidde meer dan 50 licentiaten en een 10-tal doctorandi. Zijn onderzoek richtte zich op diverse aspecten van de nationale archeologie, gaande van het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen. De kern van zijn onderzoek bleef echter wel de metaaltijden en de Romeinse periode. Hij heeft tientallen opgravingen (be)geleid, o.a. in Blicquy (Gallo-Romeins) en Destelbergen (late bronstijd tot Gallo-Romeins). Zijn boek ‘Archaeology and its problems’ (1957) is vertaald in 7 talen; zijn ‘Prehistorische kulturen in het zuiden der Lage Landen’ (1974) kende een heruitgave (1979) en werd vertaald in het Frans (La Belgique d’avant les Romains’, 1982).
Prof. dr. Leon Baron De Meyer (1928-2006)
De Meyer was ook Vlaams secretaris-generaal van de nationale Unesco-commissie. Daarnaast was hij voorzitter van de Belgisch-Iraakse vriendschapsvereniging.
Prof. dr. Johnny De Meulemeester (1946-2009)
Johnny De Meulemeester werd in Aalst geboren op 2 oktober 1946. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent (1969) en behaalde een doctoraat in de archeologie in Caen (Frankrijk) in 1996. Van 1973 tot 1990 was hij verbonden aan het Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, waarna hij als archeoloog verbonden was aan het Musée National d’Histoire et d’Art van het Groot-Hertogdom Luxemburg. In oktober 2002 werd hij als deeltijds docent (50%) verbonden aan de Vakgroep Archeologie en Oude Geschiedenis van Europa. Hij was belast met onderwijs en onderzoek over de Middeleeuwse archeologie van West-Europa en van de Mediterrane wereld.
Johnny De Meulemeester was sedert 1978 ondervoorzitter van Archaeologia Mediaevalis; hij was lid van het permanent comité van “Château Gaillard” en lid van het organiserend comité van “Ruralia”. Zijn jarenlang onderzoek spitste zich toe op diverse domeinen, zoals versterkingen en mottes in Vlaanderen en West-Europa, kerkelijke archeologie in dezelfde regio, Islam-archeologie, enz. Laatst richtte zijn onderzoek zich tot de Islam-archeologie in Jordanië en meer in het bijzonder in Aqaba.
Prof. dr. John Devreker (°1943)
Emeritus prof. dr. John Devreker werd geboren in Ieper in 1943. In 1961 voltooide hij zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum van Ieper met de allergrootste vrucht. In 1965 behaalde hij zijn licentiaatsdiploma in de Klassieke Filologie aan de Rijksuniversiteit Gent met het proefschrift ‘Bijdrage tot de studie van Philostratos’ Heroikos. Proeve van vertaling en commentaar’. In 1974 doctoreerde hij in de Klassieke Filologie aan de RUG met een doctoraat met de titel ‘De samenstelling van de Romeinse senaat onder de Flaviërs’.
Hij startte zijn universitaire loopbaan in 1977 als navorsingsstagiair bij het NFWO en als assistent, later part-time docent aan het seminarie voor de Geschiedenis van de Oudheid van wijlen prof. Pieter Lambrechts. Hij werd er full-time docent benoemd in 1980, hoogleraar in 1985, en gewoon hoogleraar in 1990. Prof. Devreker was van 1994 tot 2008 vakgroepvoorzitter van de vakgroep Archeologie en Oude Geschiedenis van Europa, en van 1999 tot 2004 decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de UGent, lid van de Raad van Bestuur van de UGent van 2000 tot 2004 en lid van de commissie (geschiedenis & archeologie) bij het FWO gedurende 10 jaar en bij het FNRS gedurende 15 jaar.
Zijn onderzoek spitste zich toe op de Romeinse instellingen en in het bijzonder de Romeinse prosopografie van de senaat. In het spoor van prof. Pieter Lambrechts, onder wiens leiding hij van 1967 tot zijn plotse dood in 1973 deelgenomen had aan de opgravingscampagnes in het antieke Pessinus in het huidige Turkije, richtte John Devreker zelf studiecampagnes in (1976, 1983 & 1986) en nam in 1987 de directie van de site op zich. Hij was opgravingsdirecteur met jaarlijkse opgravingscampagnes van een Belgisch team van de universiteit Gent, de provincie Oost-Vlaaanderen en het PAMVelzeke tot 2009, toen naar aanleiding van zijn emeritaat de site werd overgedragen aan een Australisch team.
Prof. dr. Robert A. Lunsingh Scheurleer (°1945)
Hij publiceerde over een breed scala van archeologische onderwerpen, schreef een boek over het antieke Egypte en de Egyptische oudheden en maakte verschillende catalogi.
Prof. dr. Herman Mussche (°1928)
Prof. dr. Jacques A. E. Nenquin (1925-2003)
Van 1952 tot 1954 studeerde Jacques Nenquin aan de Universiteit van Cambridge. In 1954 werd hij aspirant van het Nationaal Fonds voor Wetschappelijk Onderzoek; in 1956 werd hij als assistent verbonden aan het Seminarie voor Archeologie; in 1958 stapte hij over als hoofdconservator van de sectie Prehistorie en Antropologie van het Koninklijk Museum voor Belgisch Congo, nu gekend als Koninklijk Museum voor Centraal Afrika. In 1962 werd hij bevoegdverklaard navorser van het FWO. Tussen 1966 en 1971 was hij docent aan de Université officielle du Congo, in Lumumbashi.
Zijn carrière als professor begon hij in 1967 aan de Universiteit Gent als geaggregeerde van het hoger onderwijs, om in 1970 docent te worden aan de Vrije Universiteit te Brussel (tot 1991), docent aan de Universiteit Gent in 1972 en tenslotte gewoon hoogleraar in 1984, waar hij Sigfried De Laet opvolgde als diensthoofd van het toenmalige Seminarie voor Archeologie.
Hij was lid van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen, Ordentliches Mitglied der Deutchen Archäologischen Instituts, Honorary Fellow of the Society of Antiquaries of London. Hij was tussen 1980 en 1991 secretaris –generaal van de Union Internationale des Sciences Pré- et Protohistoriques en lid van het Comité Exécutif nadien. Hij was tevens lid van het Comité Exécutif van het Panafrican Congress on Archaeology and Quaternary Studies and Founder Member of the British Institute of History and Archaeology in East Africa (Nairobi).
Na zijn wetenschappelijke carrière te hebben begonnen in de nationale archeologie (Laeti, zout) richtte hij zijn onderzoek nadien op Africa. O.a. zijn studie ‘Salt. A study in Economic Prehistory’ (1961) en zijn opgravingen in Sanga (prov. Katanga, Congo) blijven belangrike bijdragen tot de archeologie.
Jacques Nenquin beëindigde zijn academische loopbaan op 30 september 1991.
Prof. dr. Hugo F. Thoen (°1941)
In 1991, met de hervorming van de Universiteit Gent, werd ook het toenmalige Seminarie voor Archeologie omgevormd tot de vakgroep Archeologie en Oude Geschiedenis van Europa. Prof. dr Hugo F. Thoen bemande hierin de onderzoekseenheid Historische Archeologie tot in 2002. Meer informatie over zijn academische carrière vindt u hier.
Prof. dr. Louis Vanden Berghe (1923-1993)